Voedselbos

Hof Ter Linde wil temidden van de traditionele boerenbedrijven in Welzinge een stuk natuur creëren in combinatie met biologische gewassenteelt. Het aanwezige stuk bos geeft hier goede mogelijkheden toe middels de creatie van een voedselbos op basis van permacultuur principes. Enerzijds blijft hierdoor het huidige stuk bos dat sinds 1992 bestaat behouden na het vervallen van de instandshoudingsregeling van RVO. Daarnaast kan het behouden bos worden ingericht om op ecologische wijze nuttige gewassen te telen voor verkoop. Ook zal het voedselbos een educatieve functie krijgen om het bewustzijn van ecologische gewassenteelt en permacultuur te vergroten en zal er vanaf zomer 2018 gerecreëerd en gekampeerd kunnen worden.

Een voedselbos, ook wel eetbaar bos genoemd, is de Nederlandse vertaling van de internationaal gangbare term ‘food forest’, die wordt gebruikt voor aanduiding van agro-ecosystemen die zijn aangelegd op basis van de ecologische ‘ontwerpprincipes’ van een natuurlijk bos. In relatie tot de productiefunctie kan een voedselbos worden getypeerd als een polycultuur van overblijvende, voornamelijk eetbare gewassen met de halfopen structuur van een bosrand en de bijbehorende biodiversiteit.

Voedselbossen worden in de regel ontworpen door slimme integratie van acht vegetatielagen en een veelvoud aan ecologische niches in en rond de vegetatie en landschapselementen zoals hagen, houtwallen, poelen en vijvers. Een volwaardig voedselbos is minimaal opgebouwd uit de volgende acht ‘lagen’ of ‘etages’.

  1. Kruinlaag met hoge bomen zoals walnotenbomen, tamme kastanjes en hoogstamfruitbomen
  2. Lagere bomen en hogere struiken die tot de onderkant van de hoogste boomkruinen reiken (bv. hazelnoot, appel)
  3. Lagere struiken (bv. zwarte en rode bessen, frambozen)
  4. Kruidlaag (bv. zeekool, daslook, Franse aardkastanje, asperge, artisjok)
  5. Bodemkruipers en -bedekkers (bv. hondsdraf, Oost-Indische kers, bosaardbei)
  6. Wortel-, knol- en bolgewassen (bv. aardperen, zilverschoon, aardpeer, mieriks- wortel, geelwortel)
  7. Klimplanten die zich door meerdere lagen heen klimmen (bv. kiwi, druif, hop)
  8. Schimmels (bv. oesterzwammen, champignons, shiitake, cantharel, eekhoorntjesbrood)

Naast deze vegetatielagen kunnen ook (eetbare) insecten en beperkte aantallen landbouwhuisdieren (bv. eenden, kippen, varkens) waardevolle functies vervullen bij de productie van voedsel en natuur in een voedselbos. Door optimalisering van de wisselwerking en symbiotische relaties tussen de levende organismen en locatiespecifieke omgevingskenmerken en landschapselementen ontstaat een bijzonder rijk agro-ecosysteem waarin ook talloze wilde soorten insecten, reptielen, amfibieën, vogels en zoogdieren uitstekend kunnen gedijen.

Geleidelijk ontwikkelt het voedselbos zich tot een zelfvoorzienend ecosysteem waarin ziekten en plagen op natuurlijke wijze worden beheerst met behulp van de aanwezige biodiversiteit en door gerichte stimulering van populaties die elkaar in balans houden. Na vijf tot zeven jaar opbouw en successie, waarin nieuwe soorten het systeem komen verrijken en verfijnen, treedt een rijpere en stabielere fase in. Het ‘beheer’ van een gerijpt voedselbos beperkt zich daardoor voornamelijk tot de oogst van de diverse soorten eetbare vruchten, noten, zaden, stammen, stengels, takken, bladeren en andere vormen van nuttige biomassa.

De grote (bio-)diversiteit van een voedselbos biedt goede aanknopingspunten om een hoge educatieve belevingswaarde te ontlenen of geven aan een bezoek aan een voedselbos. Meer nog dan bijvoorbeeld een lange wandeling door een bos met relatief weinig afwisseling van soorten en elementen kan een bezoek aan een voedselbos heel goed worden omgezet in een leerzame ‘reis’ door een zelfvoorzienend en bijzonder productief agro-ecosysteem.